Standaard behandelingen van archiefmateriaal

Wij werken volgens de ethische code van Restauratoren Nederland en de European Confederation of Conservator-Restorers’ Organisations (‘E.C.C.O. richtlijnen voor het beroep II’) en met inachtneming van de ethische code van de Koninklijke Vereniging Archivarissen Nederland.

 

Tenzij anders overeengekomen gelden voor al onze diensten de algemene voorwaarden van Restauratoren Nederland. Deze zijn te vinden op de website van Restauratoren Nederland (https://www.restauratoren.nl/).

 

De behandelingen

 

Reinigen

Oppervlaktevuil wordt droog gereinigd met behulp van een roetspons en een zachte borstel waarbij het contact met kwetsbare media als houtskool en krijt wordt vermeden. Droogreinigen is in principe de eerste behandeling die wordt uitgevoerd, om te voorkomen dat bijvoorbeeld schimmelsporen zich verspreiden. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat het vuil in een latere behandeling onder invloed van vocht tussen de papiervezels dringt en vast blijft zitten. Het schoonmaken van schimmelresidu wordt in een zuurkast uitgevoerd met behulp van een stofzuiger met HEPA-filter.

 

Vlakken

Vervormingen, vouwen en plooien in het te digitaliseren materiaal worden vlak gemaakt door middel van warmte (kleine strijkbout met thermostaat) of door het materiaal in te vochten, al dan niet in een vochtkamer, en enige tijd onder gewicht te plaatsen.

 

Plaatselijke reparaties: papier

Scheuren, zwakke plekken en (kleine) ontbrekende stukken in het papier worden in principe gerepareerd met Japans papier en stijfsel of methylcellulose (MC). De dikte van het te gebruiken reparatiepapier wordt afgestemd op het te behandelen object.

Wanneer het gebruik van vocht niet wenselijk is wordt gebruik gemaakt van Klucel G (in ethanol) of remoistenable tissue met gelatine B.

In sommige gevallen wordt gebruik gemaakt van reparatiepapier met thermoplastische lijm (Archibond tissue). Dit wordt aangebracht door het kort te verhitten met een kleine strijkbout met thermostaat. De reparatiestrook wordt zo smal mogelijk gehouden. Lacunes die een te groot risico op nieuwe schade vormen worden bij eerstelijnsconservering aan de achterzijde gestabiliseerd. Thermoplastisch reparatiepapier wordt met name gebruikt bij houthoudend papier en bij transparant papier, omdat deze papiersoorten sterk reageren op vocht. Bij houthoudend papier ontstaan zeer snel vlekken, transparant papier vervormt sterk onder invloed van vocht.

Bij kunstdrukpapier wordt gebruik gemaakt van remoistenable tissue met methylcellulose of gelatine.

 

Plaatselijke reparaties: perkament

Bij de behandeling van perkament worden plaatselijke reparaties uitgevoerd met darmleer, goudslagershuid, perkament of Japans papier. De lijm die hierbij wordt gebruikt is gelatine, Isinglass (steurlijm) of (bij bandrestauratie) een mix van Evacon R met stijfsel of methylcellulose.

 

Aanvezelen

Papier dat erg zwak is en veel lacunes of gaten heeft kan worden aangevezeld op de geautomatiseerde aanvezelmachine. De grens tussen wel of niet aanvezelen ligt in principe ongeveer bij een aantasting van 1/3 van het object. Daarnaast spelen verschillende andere factoren een rol, zoals het risico op verlies van informatie en/of materiaal.

Bijzonder kwetsbare stukken worden individueel aangevezeld met een handmatige aanvezelbak. Bij beide methoden wordt gebruikt gemaakt van papierpulp van 100% katoen. Daarnaast worden de stukken geheel of gedeeltelijk gedoubleerd met Japans papier van 4-6 g/m2. De leesbaarheid van het materiaal wordt hierdoor zo min mogelijk beïnvloed.

Na het aanvezelen worden de stukken nagelijmd met een mengsel van Tylose en stijfsel, zodat er een goede hechting ontstaat tussen aangevezeld papier en origineel. In dit mengsel zorgt de stijfsel voor een goede verbinding en de Tylose voor voldoende flexibiliteit en doordringing in het papier. Afhankelijk van de sterkte van het object wordt er een hardere of zachtere kwast gebruikt om de nalijming aan te brengen.

Tot slot worden de stukken afgewerkt op een manier die past bij het karakter van het stuk. Wanneer stukken worden schoongesneden, gebeurt dit op een zodanige manier dat er geen oorspronkelijk materiaal verloren gaat. Bij schepranden worden de aangevezelde delen gescheurd in plaats van gesneden. Waar mogelijk wordt het teveel aan aanvezelmateriaal al tijdens het aanvezelen weggehaald.

In de voorbereiding op een aanvezelbehandeling worden de betreffende bladen van een inventarisnummer genummerd (indien nodig), zodat ze na behandeling op de juiste plek teruggeplaatst kunnen worden en de ordening niet verstoord wordt.

 

Inktvraat

Wanneer een object met ijzergallusinkt beschreven is en aangevezeld moet worden gaat hier een inktvraatbehandeling aan vooraf, om te voorkomen dat de inktvraat erger wordt.

Inktvraatbehandelingen doen wij in principe met de calciumfytaatmethode zoals beschreven op de Ink Corrosion website, maar met een kleine variatie in de manier waarop ontzuurd wordt. In plaats van een apart ontzuringsbad wordt er calciumcarbonaat toegevoegd aan de nalijming. Deze aanpassing is in overleg met het Nationaal Archief en Jana Kolar (InkCor, National and University Library, Ljubljana) ontwikkeld om het behandeltraject te vereenvoudigen. De behandeling is dan als volgt:

– Spoelen: waterbad (leidingwater max. 45 °C)

– Fyteren (circa 10 minuten): fytinezuur (50 WT%), calciumcarbonaat, leidingwater, pH 5,8-6,0

– Indien nodig spoelen (uitspoelen afbraakstoffen)

– Aanvezelen en eenzijdig doubleren

– nalijming met een calciumcarbonaatoplossing

Wanneer de stukken sterk aangetast zijn worden de stukken vooraf niet gespoeld. Bovendien worden de stukken dan niet aangevezeld maar alleen gedoubleerd, omdat de aanvezelpulp in de haarscheurtjes van de inktlijnen zou blijven zitten.

De effectiviteit van de inktvraatbehandeling wordt tussentijds getest m.b.v. bathophenanthroline-indicatorpapier.

 

Verzuring

Massa-ontzuring volgens de gepatenteerde Bookkeeper-methode behoort tot onze mogelijkheden via ons zusterbedrijf Hoogduin Preservation B.V. Op kleinere schaal kunnen wij indien nodig in huis losse stukken (niet-waterig) ontzuren volgens de Bookkeeper-methode. Daarnaast is waterig ontzuren een standaardonderdeel van een eventuele calciumfytaatbehandeling.

 

Uit te vouwen materiaal

Uit te vouwen materiaal wordt in principe tussen de andere stukken gelaten en slechts bij uitzondering en in overleg gevlakt en apart geborgen. Waar mogelijk wordt het stuk wel zo ver uitgevouwen als de verpakking toelaat zonder risico voor het stuk.

 

Metalen delen

Spelden en naalden worden in een melinex-hoes bij het stuk bewaard. Nietjes worden weggegooid, tenzij de opdrachtgever deze ook wil bewaren. Details in overleg.

Waar nodig wordt de eenheid van het stuk bewaard door een omslag toe te voegen. In overleg kan ervoor worden gekozen losgemaakte stukken te nummeren om de samenhang en volgorde te bewaren.

 

Liassen

Waar mogelijk worden liassen intact gelaten en eventueel wat ruimer gemaakt. Waar nodig worden liassen losgemaakt, waarbij de resten op het stuk zelf vastgezet worden, zodat de oorspronkelijke constructie zo goed mogelijk zichtbaar blijft. Eventueel wordt de samenhang van het stuk bewaard door een omslag toe te voegen.

 

Strooizand

Alleen strooizand dat los in het stuk ligt wordt verwijderd. Door bewegingen over de tekst heen kan er meer strooizand loskomen, maar er zal niet worden getracht het zand van de tekst te verwijderen.

 

Plakband

Bij het verwijderen van plakband wordt gebruik gemaakt van mechanische, fysische en chemische technieken. Warme lucht wordt gebruikt om de lijmlaag zacht te maken, waarbij met een dunne spatel de tape los wordt gemaakt. De lijmresten worden met crêperubber, gum en in het uiterste geval oplosmiddelen verwijderd (ethanol, ethylacetaat of wasbenzine).

Een basisch milieu vertraagt de aantasting van het papier door de lijm. Gebufferde verpakking of tussenschietvellen kunnen een gunstig effect hebben.

Als de drager van het plakband los zit en de lijm plakt niet meer, dan wordt de drager verwijderd. Lijmresten worden zo goed mogelijk mechanisch verwijderd.

Waar nodig wordt een nieuwe reparatie/verbinding tot stand gebracht.

 

Steunvellen

Bij kwetsbare stukken of bladen kunnen steunvellen van dun karton worden toegevoegd. Deze voorkomen dat kwetsbare bladen na behandeling (opnieuw) beschadigd raken.

 

Omslagen en conserveringsbanden

Wanneer een band verloren is gegaan of ervoor wordt gekozen een band niet om een boek terug te plaatsen, wordt er een omslag of conserveringsband om het boekblok geplaatst. Hierdoor wordt het boekblok beschermd tegen mechanische schade, vuil en stof. Omslagen en conserveringsbanden worden gemaakt van zuurvrij, gebufferd papier of karton. De verbinding met het boekblok kan op verschillende manieren tot stand komen, bijvoorbeeld door middel van een cahiersteek met ongebleekt linnen garen, door het boekblok op perkamenten strookjes te naaien en deze door de omslag te rijgen of door de originele bindingen door de omslag te rijgen.

 

Behandeling van banden en constructies

Bij eerstelijnsconservering worden banden en constructies zelden hersteld, omdat dit meeestal geen vereiste is voor veillige of complete digitalisering. Wanneer dit wel gebeurt kan gebruik worden gemaakt van o.a. (gekleurd) Japans papier, vliegtuigkatoen, perkament, Tyvek, zuurvrij schutbladpapier, ongebleekt (linnen) garen en (schaaf)leer. Veelgebruikte lijmen zijn stijfsel en een mengsel van methylcellulose en Evacon-R.

Er wordt hier niet verder ingegaan op de diverse onderdelen van het herstellen van banden en constructies. Per boek wordt gekeken welk materiaal en welke methode het meest geschikt zijn. Hierin speelt het toekomstig gebruik en de bewaarplaats van het boek of de collectie een belangrijke rol.